Strategisch inzetten van tweefasencontracten

Wanneer zet je een tweefasencontract in? Afhankelijk van wie je het vraagt, verschilt het antwoord.

In Cobouw reageren zij door een model te presenteren dat meer inzicht geeft in de toepassing van tweefasen-contracten. Het model staat in het kort ook beschreven in de CROW Handreiking Aanbesteden van Twee Fasen Contracten.
 
Opdrachtgevers geven verschillende redenen om met tweefasencontracten te werken. Denk daarbij aan risicobeheersing, als de risico’s bij een aanbesteding onvoldoende in te schatten zijn; samenwerking, omdat de ontwerpfase gezamenlijk gebeurt, is er minder ‘gedoe’; of innovatie, omdat grote maatschappelijke uitdagingen alleen samen opgelost kunnen worden.
 
De ene invalshoeken is niet beter dan de andere. Maar om maximale meerwaarde uit de toepassing van tweefasencontracten te halen, is een strategisch inzet belangrijk. Daarbij helpt het om de aanpak af te zetten tegen twee aspecten die altijd een rol spelen bij tweefasencontracten: het proces van samenwerken gedurende het project en de oplossingsruimte die in de eerste fase aanwezig is.
 

Samenwerken en oplossingsruimte

Het samenwerken kan gecoördineerd gaan, of integraal. Een gecoördineerde samenwerking bestaat vooral uit afstemming tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Elke partij behoudt daarbij zijn eigen rol. Bij meer integraal samenwerken vervagen deze rollen steeds verder, tot uiteindelijk één partnership ontstaat.
 
De hoeveelheid ruimte voor ontwerp en optimalisaties is afhankelijk van het project. Soms leent de situatie zich alleen voor optimalisatie binnen de projectdoelen, zoals tijd, geld en kwaliteit. Soms is er meer ruimte, waardoor er ruimte is voor echte innovatieve oplossingen.
 
Met deze twee dimensies kom je op het onderstaande schema:
 
 

Strategische inzet

Projecten met een beperkte oplossingsruimte zien we vooral terug bij lijn-infraprojecten die minder geschikt zijn voor grotere onzekerheden.
Met gerichte optimalisatie wordt met gecontroleerde stappen op optimalisatie gestuurd. Dit zien we terug bij bijvoorbeeld binnenstedelijke herontwikkelingen. De gemeente bewaakt hierbij de beeldkwaliteit, waar de uitvoerende partijen kennis omtrent enginering of uitvoerbaarheid toevoegen.
 
Bij de vrije optimalisatie is er weinig ontwerpvrijheid, maar in een gezamenlijk overleg worden optimalisaties gezocht in het hele proces. Dit kan leiden tot verrassende innovaties, maar niet op grote schaal. Een voorbeeld van vrije optimalisatie is de herindeling van de Malderburchtstraat in Nijmegen. Leidend was het doel om in te zetten op CO­2-reductie en circulariteit. Dankzij de integrale samenwerking is dit gelukt, binnen budget.
 
Gerichte innovatie en vrije innovatie geven veel ontwerpvrijheid. Deze richten zich dan ook vaak op objecten.
Bij vrije innovatie zijn de ambities vaak hoog en werken partijen nauw samen om deze zo goed mogelijk invulling te geven. Een voorbeeld in dit kwadrant is de biobased brug in Ritsumasyl. Bij deze brug was het de bedoeling om 100 procent bio-based materialen te gebruiken. Dit was nog niet realiseerbaar. Toch is maximaal invulling gegeven aan deze ambities door de (wel realistische) hoogst mogelijke percentages bio-based materialen te gebruiken. Deze oplossing was voordat de samenwerking begon nog niet bekend.
 
Door ruimte te bieden waar mogelijk komen meer innovatieve oplossingen naar voren. Waar vervolgens ook meer integraal samen wordt gewerkt, worden de stappen alleen maar groter.
Dit is nodig om de grote maatschappelijke doelen in 2030 en 2050 te halen. Tweefasen-contracten kunnen helpen deze samenwerking te realiseren.
 
Enerzijds om concrete resultaten op projectniveau te bereiken, maar ook door een langdurige samenwerking op te bouwen met de stap van een projectmatige naar programmamatige aanpak.
 

Meer weten over tweefasen-contracteren of het model?

Scroll naar boven